ZAAK FRANK DE BOER: ADME EN KWANTITATIEVE BIOANALYSE ONDER DE LOEP
Maarten J. Blom
Xendo Laboratories B.V., Meditech Center, L.J. Zielstraweg 1, 9713 GX Groningen

Op 15 maart 2001 werd, na afloop van de UEFA-cup wedstrijd tussen Celta de Vigo en FC Barcelona, bij Frank de Boer, sterspeler bij Barcelona en recordinternational bij het Nederlands elftal, urine verzameld voor een dopingtest. Hij werd positief bevonden op het gebruik van nandrolon, na analyse van het A-deel van de verzamelde urine in het dopinglaboratorium in Lissabon. Contra-expertise van het B-deel van het monster in het IOC laboratorium in Lausanne leverde eveneens een positief resultaat op. Frank de Boer werd op 14 juni 2001 voor 12 maanden geschorst en zou aldus slechts de finale van het WK2002 in Japan en Korea kunnen spelen. Groepswedstrijden, achtste, kwart- en halve finales zouden nog binnen de schorsing vallen.
Dopinganalyses voor het testen op het gebruik van nandrolon zijn dusdanig complex, zoals blijkt uit onderstaande, dat ons inziens het verband tussen een positieve dopingtest en dopinggebruik niet zo rechtlijnig is. 
De absorptie, distributie, metabolisme en excretie (ADME) van nandrolon varieert sterk bij verschillende toedieningsvormen. Bij een positief nandrolon dopinggeval is feitelijk sprake van een overschrijding van een grenswaarde van een nandrolon metaboliet, te weten 19-norandrosteron (19-NA). Deze kan echter, naast uit endogene nandrolon, ontstaan uit andere prohormonen. Analytisch gezien kan onderscheid gemaakt worden tussen endogeen en exogeen 19-NA. Ook hierop zal verder worden ingegaan.
Als laatste zal kort worden stilgestaan bij het gebruik van voedingssupplementen en de mogelijke consequenties wanneer deze vervuild zijn met voorlopers van 19-NA.
Alle bevindingen zullen worden geschetst in het licht van het positief bevonden zijnde urinemonster van Frank de Boer.